Vrouwenemancipatie is cruciaal voor integratie

In opinie door Andree van Es op 07-03-2013 | 22:10

Tekst: Andrée van Es

"Ik begrijp met welk doel Minister Asscher een participatiecontract introduceert.
Het zou jammer zijn als dit wordt afgeserveerd omdat het alleen is voor nieuwkomers. Wij strijden in Amsterdam nog steeds tegen antisemitisme, homohaat en vrouwenonderdrukking. Wat mij betreft stellen wij de norm voor àlle Nederlanders."

Dat stelde de Amsterdamse wethouder Andrée van Es afgelopen week op de conferentie Bouwen aan verbinden burgerschap.
Zij sprak verder over burgerschap, de integratie agenda van minister Asscher,
discriminatie en 'schurende gesprekken'. Ze benadrukte vooral het belang van vrouwenemancipatie. Daar ligt volgens Van Es de kern van het integratiebeleid. Hieronder haar tekst.

Het denken over integratie is veranderd. Vandaag wil ik jullie vertellen over de kanteling die plaatsvindt: van ruigheid naar hoffelijkheid.

Drie jaar geleden trad ik aan als wethouder Burgerschap en Diversiteit in Amsterdam. Mijn belangrijkste reden om terug te keren in de politiek was de ruigheid van het integratiedebat in die tijd. De politieke correctheid waarmee het spreken over de multiculturele samenleving voorheen omhuld was, was ingeruild voor een nieuw realisme met harde woorden, heftige emoties en soms polariserende uitingen. Zaken lagen nu open en bloot op tafel, maar er was ook verwijdering ontstaan tussen groepen Amsterdammers.

Er was genoeg beschuldigd en verweten. Het woord ‘integratie’ had een erg negatieve bijsmaak gekregen. Het ging meer over falen en vervreemding, dan over wat werkelijk de opgave was: het vinden van gemeenschappelijkheid en het aanpakken van echte problemen. Die handschoen pakte ik op.

Burgerschap en hoffelijkheid
“Geen burgerschap zonder hoffelijkheid,” zei ik in 2010. Het leven in een hyperdiverse stad vereist grootstedelijke competenties om in gesprek te gaan met mensen die fundamenteel anders over het leven denken dan jij. Gesprekken over seksualiteit, religie, de opvoeding van onze kinderen. Dat kan echt schuren. Daar is hoffelijkheid voor nodig.

Burgerschap is de gemeenschappelijke basis die ons bindt ondanks alle verschillen. Het is de positieve kant van integratie.

Drie dimensies van integratie
In mijn ogen heeft integratie drie dimensies: hardnekkige sociaaleconomische en culturele vraagstukken, excessen en dagelijkse zorgen en irritaties. Integratie gaat dus over onvoldoende werknemersvaardigheden van jongeren met een migratieachtergrond, over oververtegenwoordiging van jongens van Marokkaanse en Antilliaanse komaf op criminaliteitslijstjes, maar ook over vrouwen die niet naar buiten mogen van hun man, of meisjes die worden uitgehuwelijkt. En integratie gaat over meisjes die worden lastig gevallen op straat of overlast van hangjongeren.

Dat laatste herinnert mij aan wat ter sprake kwam tijdens een gesprek met bestuurders van de stad over weerbare buurten. Er is verlegenheid om te benoemen dat overlast in buurten vaak wordt veroorzaakt door jongeren van Marokkaanse komaf. Toch zullen we dat moeten doen. Want pas als je problemen benoemt kan je werken aan een oplossing en kan je positieve ontwikkelingen waarderen, zoals Marokkaanse vaders die zich meer met de opvoeding willen bemoeien.

Amsterdam pakt problemen daarom specifiek aan, daar waar zij zich voordoen.

- In mijn aanpak jeugdwerkloosheid spreek ik jongeren aan op hun eigen verantwoordelijkheid en is tevens aandacht voor de specifieke problemen van jongeren met een migratieachtergrond, zoals een beperkt netwerk, gebrekkige taalbeheersing of onvoldoende werknemersvaardigheden.

- Het inburgeringsprogramma legt een grote nadruk op taal, maar combineert dat met een burgerschapscurriculum.

- Burgerschap, antidiscriminatie en vrouwenemancipatie zijn de pijlers van het diversiteitsbeleid, dat zich bovendien richt op nieuwe generaties Amsterdammers.

Vrouwenemancipatie
De kern van integratie ligt bij vrouwen. Wie spreekt over integratie heeft het binnen drie zinnen over vrouwen. Ik noem hoofddoekjes, handen schudden, thuis zitten en niet werken, maar ook nauwelijks over seksualiteit, laat staan homoseksualiteit, durven praten. Vrouwenemancipatie is echt cruciaal.

Hierover zijn nieuwe gegevens beschikbaar:

- In 2011 zijn meer Amsterdamse vrouwen economisch zelfstandig, van 49% in 2009 tot 51% in 2011.
- Maar: slechts 16 procent van de vrouwen met een Marokkaanse komaf en 17 procent van de Turkse is economisch zelfstandig tegen 60 procent van de Nederlandse vrouwen.
- In de leeftijdsgroep van 25-34 jaar is in 2011 65% economisch zelfstandig, maar van de jonge vrouwen van Marokkaanse en Turkse komaf is slechts 29 procent economisch zelfstandig, hoewel dat sinds 2009 met 5 procent is gegroeid.
- Bij jonge Surinaamse en Antilliaanse vrouwen is het percentage dat economisch zelfstandig is afgenomen van 65% in 2007/2009 naar 53% in 2011.

Ik licht de cijfers voor economische zelfstandigheid eruit, omdat dat de basis is om eigen keuzes te kunnen maken. Dat onder vrouwen van Marokkaanse en Turkse komaf en in mindere mate onder vrouwen van Surinaamse en Antilliaanse komaf zo’n achterstand is te zien, zegt iets over hun emancipatie en integratie.

Deze vrouwen zijn de moeders van de kinderen die nu opgroeien. Zij zijn onmisbaar voor burgerschap en integratie.

Mijn doel is dat alle Amsterdamse vrouwen gebruik kunnen maken van de vrijheid en de mogelijkheden die de stad hen te bieden heeft. Dat betekent dat zij voor zichzelf opkomen en zelf bepalen hoe zij hun leven inrichten. Vrouwen moeten daarvoor zelf verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg hen: aan de slag, leer de taal beter spreken, leer een vak en ga geld verdienen. Vanuit de gemeente bouw ik aan een stevige infrastructuur voor vrouwenemancipatie, die zich richt op taal en hen op weg helpt naar werk.

Integratie-agenda
Minister Asscher presenteerde onlangs zijn integratieagenda. Op veel punten vinden wij elkaar. Ik noem er enkele:

- De inzet op economische zelfstandigheid van vrouwen, op taal en op het bestrijden van jeugdwerkloosheid.
- De visie dat in Nederland geen parallelle gemeenschappen mogen bestaan, door sociaaleconomische verschillen, maar ook niet doordat het gemakkelijker wordt gevonden om mensen die ‘anders’ zijn dan jij uit de weg te gaan.
- De vastberadenheid om bescherming te bieden aan individuen die zich door religieuze of culturele groepsdruk onvrij voelen om hun eigen keuzes te maken, vaak meisjes of homo’s en lesbiennes.
- Tot slot de noodzaak tot het stellen van een norm.

Participatiecontract
Minister Asscher stelt dat “van nieuwkomers mag worden verwacht dat zij de waarden en regels die hier gelden omarmen en zich eigen maken”. Hij wil hiervoor een participatiecontract invoeren. Dat is hem op veel kritiek komen te staan.

Ook Amsterdam stelt een norm. Geformuleerd bijvoorbeeld in mijn Burgerschapsagenda, waarin ik stel dat Amsterdammers diversiteit moeten accepteren, respectvol en tolerant moeten zijn, maar elkaar ook moeten aanspreken op ongewenst gedrag. Vanaf volgende maand krijgen inburgeraars in Amsterdam een burgerschapscurriculum.

Het stellen van een norm is iets dat het Amsterdamse college bovendien vaak moet doen: bijvoorbeeld wanneer het gaat over een gebedsruimte op school, of over het beschermen van homoseksuele Amsterdammers, wanneer zij worden lastiggevallen.

Ik begrijp dus met welk doel Minister Asscher een participatiecontract introduceert.

Het zou jammer zijn als dit wordt afgeserveerd omdat het alleen is voor nieuwkomers. Wij strijden in Amsterdam nog steeds tegen antisemitisme, homohaat en vrouwenonderdrukking. Wat mij betreft stellen wij de norm voor àlle Nederlanders.

Segregatie
Ik schaar Minister Asscher aan mijn zijde in onze agenda’s op integratie en burgerschap. En dat is nodig, want Amsterdam staat voor grote opgaven:
Segregatie is een doembeeld dat wij nog niet van ons af kunnen schudden. Het tekent zich af langs de scheidslijn tussen gebieden binnen en buiten de ring. Het Leidseplein is voor veel Amsterdamse jongeren nog te ver weg. Te veel jongeren maken een slechte start en belanden daardoor bijvoorbeeld op criminaliteitslijstjes.

Discriminatie
Discriminatie op de arbeidsmarkt maakt het hun extra lastig. De verdeling tussen rijk en arm mag niet zo vanzelfsprekend een kleur hebben. Die rechtvaardige en ongedeelde stad van de toekomst is nog geen realiteit. Voor ons staat een nieuwe generatie die hiervoor moet knokken.

Taal
Als ouders de taal niet spreken is het ontzettend lastig voor kinderen om een taalachterstand weg te werken. Ik vind het onacceptabel dat op sommige schoolpleinen geen goed Nederlands wordt gesproken. Wij kunnen en mogen ons daar niet bij neerleggen. We móeten meer taal brengen naar die kinderen en zorgen dat zij dit ook in de informele omgeving van het dagelijks leven kunnen oefenen. De lat moet echt hoger.

Schurende gesprekken
Er is geen weg terug uit hyperdiversiteit. Dat besef zit inmiddels tussen de oren. We zullen het met elkaar moeten doen. Amsterdam heeft het leven in diversiteit nog niet onder de knie, maar er zijn wel stappen gezet. Dat schurende gesprekken steeds meer worden gevoerd maakt mij trots en geeft hoop.

Een onderwerp als Zwarte Piet is met veel emoties omgeven. Toch zie ik in de stad een groeiend besef dat het niet de bedoeling kan zijn om met een mooi kinderfeest sommigen van hen juist te kwetsen. Er is bereidheid om daarover na te denken.

Amsterdam durft het aan om de termen allochtoon en autochtoon los te laten. Daarmee heft het een kunstmatige scheidslijn tussen haar burgers op en spreekt hen aan op hun gemeenschappelijke basis: het wonen in de stad.

De gemeente heeft hoge verwachtingen van Amsterdammers. Zij moeten het toch echt zelf doen, ook als omstandigheden moeilijk zijn. Maar er is ook zelfreflectie. In de gemeente durven we moeilijk zaken bespreekbaar te maken en werken we hard aan de kwaliteit van voorzieningen en de specifieke aanpak van problemen.
Ik ben ervan overtuigd dat de kanteling doorzet. Amsterdam laat de ruige en soms stigmatiserende toon van het integratiedebat achter zich.
Er is meer hoffelijkheid in Amsterdam.

Andrée van Es is wethouder namens GroenLinks in Amsterdam. Deze tekst verscheen eerder op de website van GroenLinks Amsterdam. Meer van of over Andrée van Es op dit blog hier.

Meer over integratiebeleid op dit blog hier

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook. Republiek Allochtonië (voorheen Allochtonenweblog) bestaat 7 jaar. Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 

 


Meer over amsterdam, andree van es, emancipatie, groenlinks, integratiebeleid, participatiecontract, vrouwenemancipatie.

Delen:

Reageer




Reacties


Donutz - 09/03/2013 18:12

Vrouwenemancipatie en kennis van de Nederlandse taal (en samenleving) zijn belangrijk maar niet perse de oplossing of zelfs per definitie noodzakelijk voor goede integratie in de samenleving. Chinese migrantne ouders spreken ook slecht of geen Nederlands maar hun kinderen doen het hier prima aldus oa de integratie nota's. Het belangrijkste is de wil om te particperen: handen uit de mouwen en werken, begrip en/of tolerantie tegenover andersdekkende, iedereen de ruimte geven zich te ontwikkelen. Dat betekend inderdaad dus vrouwen alle ruimte geven de emanciperen (particperen), en dit kan betekenen dat je de taal nodig hebt. Hier de ruimte voor bieden lijkt mij logisch, verplichten niet: je hoeft als vrouw niet persé te werken als je dat niet wilt of kunt en je hoeft niet persé Nederlands te spreken als je ook deel kan nemen in de samenleving (arbeid) met een andere taal (Engels, moededertaal, ...). Bied het individu kansen, en pak individuen aan die hier problemen veroorzaken ongeacht waar de persoon geboren is.